assisteren

/ˌɑsɪsˈteːrə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) een helpende hand bieden
    De oude man werd geassisteerd bij het uitstappen uit de auto.
    De brandweer werd geassisteerd door de politie om de omgeving veilig te houden.
    Maar algauw moest hij ook bij de ondervragingen assisteren.

Etymologie

*afgeleid van het Franse assister () [https://fr.wiktionary.org/wiki/assister Wiktionnaire]

Vertalingen

Engelsassist
Spaansasistir
Poolsasystować