Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

astragaal

mannelijk (de)/ˌɑstraˈɣal/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. anatomie, verouderd (anatomie) (verouderd) bot dat de overgang tussen het scheenbeen en het enkelgewricht vormt
  2. bouwkunde (bouwkunde) bolrond sierprofiel dat de scheiding vormt tussen de schacht en het kapiteel van een klassieke zuil of gebruikt wordt als versiering van de overgang tussen andere onderdelen van een constructie

Etymologie

*van Latijn "astragalus" dat teruggaat op "ἀστράγαλος" (astrágalos) "sprongbeen; nekwervel"