asymptoot

mannelijk (de)/asɪmpˈtot/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. wiskunde (wiskunde) een lijn die door een kromme of functie willekeurig dicht benaderd wordt, maar deze nooit raakt. De limiet naar oneindig van een functie

Etymologie

*Ontleend aan het Neolatijnse asymptotus, van het Oudgriekse ἀσύμπτωτος ("die niet kan samenvallen").

Vertalingen

Engelsasymptote
Fransasymptote
DuitsAsymptote
Spaansasíntota
Italiaansasintoto
Portugeesassímptota, assíntota
Russischасимптота
Turksasimptot, sonuşmaz
Zweedsasymptot
Deensasymptote