atol
/atɔl/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (aardrijkskunde) een ringvormig koraaleilandDe schipbreukelingen spoelden aan op het afgelegen atol.
Etymologie
* Leenwoord uit het Maledivisch, in de betekenis van ‘koraaleiland’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1849
Vertalingen
Engelsatoll
Fransatoll
DuitsAtoll
Spaansatolón
Zweedsatoll
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek