attractie

vrouwelijk (de)/ɑ'trɑksi/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. aantrekking
  2. iets wat aantrekkingskracht en/of een mogelijkheid tot vermaak uitoefent, vaak speciaal gericht op toeristen
    Toch blijft de Nationale 7 een mythisch traject, een Franse Route 66, aan een tweede leven begonnen als nostalgische attractie. 'De mensen willen terugkeren naar een gelukkige tijd', zegt Patrick Henriroux (55), patron van tweesterrenrestaurant La Pyramide in Vienne.
    Fata Morgana is een van de attracties van de Efteling.
    De vollemaan zorgde voor een natuurlijke verlichting, waardoor de meeste attracties in de gigantische tuin van Hotel Luxor tot in detail zichtbaar waren.
  3. natuurkunde (natuurkunde) aantrekking of aantrekkingskracht
  4. taalkunde (taalkunde) zinsbouw op grond van betekenisassociatie, niet van grammaticaal verband

Etymologie

*afgeleid van het Franse attraction of daarvoor van het Latijn

Vertalingen

Engelsattraction
Fransattraction
Spaansatracción