augiasstal

mannelijk (de)/ˈɑuɣijɑˌstɑl/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. ongeordende, rommelige boel
    Je kamer is net een augiasstal!

Etymologie

*(eponiem): , in de betekenis van ‘een bijna niet te redderen boel’ voor het eerst aangetroffen in 1847 Volgens de Griekse mythologie moest de stallen van schoonmaken, die tot de nok gevuld waren met mest.

Uitdrukkingen

  • Zeer grondig orde op zaken stellen.