ausputzer
mannelijk (de)/'ɔusputsər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (voetbal) vrije verdediger bij voetballen, maar tevens met de taak de bal mee naar voren te nemen
Etymologie
*uit het Duits
Vertalingen
Engelssweeper
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek