Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

autoboer

mannelijk (de)/ˈɑutoˌbur/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. beroep, informeel (beroep) (informeel) iemand die personenwagens verkoopt
    Slechts drie sponsors waren niet geïnteresseerd in de televisie. De plaatselijke autoboer, de maker van de plastic foudraaltjes voor de passe-partouts en een kleine sponsor die graag gasten in Haarlem ontmoet en niet meer dan dat.