autonomie

vrouwelijk (de)/ɑutonoˈmi/

Wat is de betekenis van autonomie?

autonomie betekent: (politiek) gedeeltelijk zelfbestuur (met de mogelijkheid om zelf wetgeving te maken)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. politiek (politiek) gedeeltelijk zelfbestuur (met de mogelijkheid om zelf wetgeving te maken)
  2. filosofie (filosofie) onafhankelijkheid (van de menselijke geest)
  3. techniek (techniek) zelfvoorzienendheid (onafhankelijk van externe 'input' en/of energie)

Voorbeelden van "autonomie" in een zin

  • Vlaanderen wil steeds meer autonomie.
  • Patiënten eisen steeds meer autonomie op, met name t.a.v. het eigen levenseinde, maar dat komt soms in conflict met de autonomie van hulpverleners.
  • De autonomie van dit bedrijf ging zover dat ze niet meer waren aangesloten op het stroomnet.

Etymologie

* Afgeleid van autonoom

Vertalingen

Engelsautonomy
Fransautonomie
DuitsAutonomie
Spaansautonomía
Poolsautonomia