autoscooter
mannelijk (de)/ˈɔutoskutər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een driewielig voertuig voor (meestal) twee personen met een dusdanige constructie dat er geen schade aan de auto ontstaat als tegen andere botsauto's aangereden (gebotst) wordt
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek