autotocht

mannelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een reis met een auto
    Het was haar eerste autorit. Meneer Brandsma had haar een lift aangeboden. 'Ik heb een vergadering in Sneek. Komt dat even goed uit, of wat?'Hij kneep in haar wang en keek er zo lief bij dat ze het duldde, al mocht buiten vader eigenlijk niemand dat doen.
    Lamster filmt een jaar, acht uur materiaal is het resultaat. Daaruit zijn 56 films gemonteerd over de meest uiteenlopende onderwerpen: een autotocht door Bandoeng, gezichten op Bali, de inlandse veeartsenschool, de koffiecultuur, de strafgevangenis in Batavia, de zending. Zo komen de meeste aspecten van het koloniale leven aan bod.