Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

av

mannelijk (de)/ɑf/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. vader
  2. vijfde maand van het joodse jaar, in juli-augustus, elfde maand bij telling vanaf Rosj Hasjana

Etymologie

*van (av)

Vertalingen

EngelsAv, Ab