avatar
mannelijk (de)/'ɛvətɑːr/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (religie) de incarnatie van een godheid, met name in het hindoeïsmeVaraha en Narasimha zijn avatars van Visjnoe.
- (informatica) visuele representatie van een persoon of dier in computerpresentaties en virtual reality in het begin alleen bestaande uit een kleine afbeelding die een bepaalde gebruiker symboliseertIk gebruik een brullende leeuwenkop als avatar.
Etymologie
*Leenwoord uit het Engels; op zijn beurt via Hindi/Urdu अवतार/اوتار (avatār) van अवतार avatāra
Vertalingen
Engelsavatar
Fransavatar
DuitsAvatar
Spaansavatar
Portugeesavatar
Russischаватар
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek