averij

vrouwelijk (de)/avə'rɛi/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. scheepvaart (scheepvaart) een schade aan een schip of lading gedurende een reis
    De averij was groot en kostte het bedrijf veel geld.
    Gelukkig heeft het schilderij tijdens de reis geen averij opgelopen.
  2. schade

Etymologie

*afgeleid van het Italiaanse avaria of van havenen

Vertalingen

Engelsdamage
Spaansavería