Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.
aviev
/aˈvif/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- eerste maand van het jaar, in maart-april; oude benaming, later: nisan (4×: Ex. 13:4, 23:15, 34:18, Deut. 16:1)
Etymologie
* Herkomst: Hebreeuws, letterlijk: 'korenaren'
Vertalingen
EngelsAbib
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek