ayatollah
mannelijk (de)/ˌajaˈtɔla/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (religie) (islam) titel van een hoge sjiitische geestelijkeEen paar weken later landt op het vliegveld een toestel uit Parijs: ayatollah Khomeiny keert terug na vijftien jaar ballingschap.Tegen idioten als Trump, Netanyahu, Poetin en een zootje door de profeet besnuffelde Iraanse ayatollahs kan ik toch niet op.[https://www.nrc.nl/nieuws/2025/06/14/bergkramp-a4896875 www.nrc.nl (14 jun 2025)]
- (religie) (islam) hoogste graad van theologische geleerdheid binnen het sjiismeWanneer de leermeester tot de conclusie komt dat de leerling de graad van beheersing heeft bereikt in de islamitisch-sjiitische leer, zowel in de theologie als in de fundamentele godgeleerdheid én zowel in de interpretatieleer als in de overleveringsleer en hij tot de conclusie komt dat de leerling een eigen interpretatie kan formuleren over een theologisch vraagstuk en deze leerling de graad van de 'Edzjtehad', oftewel wetsvinding, in de hoogste theologische graad van ayatollah verdient, reikt de meester de leerling het geschrift 'Edzjazeh-nameh', oftewel de bul der toestemming, uit.
- (figuurlijk) (pejoratief) leider of sleutelfiguur in het algemeen met onbuigzame opvattingenBrinkhorst, de ayatollah van de vrije markt, is natuurlijk een warm voorstander.
Etymologie
*via (âyatollâh) van ('āyat allāh) "teken van God", in de betekenis van ‘sjiitisch schriftgeleerde’ aangetroffen vanaf 1979
Vertalingen
Engelsayatollah, ayatolla
Fransayatollah
DuitsAjatollah
Spaansayatolá
Italiaansayatollah
Russischаятолла
Japansアヤトラ
Koreaans아야톨라
Arabischآية الله
Poolsajatollah
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek