baanmeester
mannelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- beheerder van een stuk spoorwegTrajectchef en spoorwegingenieur Foeflygin liep samen met de baanmeester van het stationsemplacement, Pavel Ferapontovitsj Antipov, heen en weer langs de rand van de spoorbaan.
- beheerder van een ijsbaan
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek