babyboom
mannelijk (de)/ˈbebiˌbum/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (demografie) een periode waarin ongewoon veel kinderen geboren worden
- (specifiek) de opleving van het geboortecijfer gedurende de eerste jaren na de Tweede Wereldoorlog in West-Europa en de Verenigde Staten
Etymologie
*van "baby boom"
Vertalingen
Engelsbaby boom
Fransbaby-boom, baby boom, baby boum
DuitsBayboom
Spaansexplosión de natalidad, explosión demográfica
Portugeesbaby boom
Russischдемографический взрыв
Zweedsbabyboom
Deensbabyboom
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek