bacterie
vrouwelijk (de)/bɑkˈteri/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (biologie) (medisch) ééncellig micro-organisme dat zich snel kan vermenigvuldigen en rotting, gisting en ziekte kan veroorzakenEen verkoudheid wordt meestal veroorzaakt door een virus en niet door een bacterie.Eén long, waarin een mysterieuze bacterie zich had genesteld, hing als een verschrompelde vrucht in de borstkas. Nu was de tweede aan de beurt.Waarom moest juist zíj een bacterie oplopen waartegen de moderne, medische wetenschap machteloos stond?
Etymologie
* van modern Latijn "bacterium", in 1838 bedacht door de Duitse arts , in de betekenis van ‘eencellig organisme’ voor het eerst aangetroffen in 1868
Vertalingen
Engelsbacterium
Fransbactérie
DuitsBakterie
Spaansbacteria
Italiaansbatteri
Portugeesbactéria
Turksbakteri
Poolsbakteria
Zweedsbakterie
Deensbakterie
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek