badge
mannelijk (de)/bɛtʃ/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- teken dat als kenmerk op de kleding kan worden bevestigd
- (militair) embleem dat verwijst naar een onderdeel van de krijgsmacht of krijgsverrichtingen
- op te spelden plaatje met tekst of afbeelding, vaak bedoeld om een opvatting of lidmaatschap van een groep zichtbaar te maken
- op de kleding te dragen naamkaartje op een bijeenkomst, soms ook gebruikt als bewijs van toegang, vergelijk [2.2]
- teken dat men bij zich draagt als bewijst van een bepaalde status
- herkenningsteken dat aantoont dat men politiefunctionaris isEen plastic badge, een speciale sleutel of wat dan ook.
- toegangspasje, soms ook bedoeld om zichtbaar te dragen, vergelijk [1.3]
Etymologie
*Van "badge". In de betekenis van ‘insigne, speldje’ voor het eerst aangetroffen in 1958.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek