baguette
mannelijk/vrouwelijk (de)/baˈɡɛt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (voeding) langwerpig brood met een harde korstIk haalde mijn baguette op de hoek van de straat en dronk als een Fransman koffie in het café aan de overkant (een euro). {{Aut|Sandes, David
- rechthoekig stukje zilver (waaruit lepels en vorken gesmeed worden)
- langwerpig rechthoekig geslepen edelsteenZoals in vele sieraden werd de baguette gecombineerd met andere slijpvormen en edelstenen.
- drumstok
Etymologie
* Leenwoord uit het Frans "baguette" “stok(je)”, “stokbrood”, in de betekenis van ‘stokbrood’ voor het eerst aangetroffen in 1976
Vertalingen
Engelsbaguette
Fransbaguette
Spaansbaguette
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek