baguette

mannelijk/vrouwelijk (de)/baˈɡɛt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. voeding (voeding) langwerpig brood met een harde korst
    Ik haalde mijn baguette op de hoek van de straat en dronk als een Fransman koffie in het café aan de overkant (een euro). {{Aut|Sandes, David
  2. rechthoekig stukje zilver (waaruit lepels en vorken gesmeed worden)
  3. langwerpig rechthoekig geslepen edelsteen
    Zoals in vele sieraden werd de baguette gecombineerd met andere slijpvormen en edelstenen.
  4. drumstok

Etymologie

* Leenwoord uit het Frans "baguette" “stok(je)”, “stokbrood”, in de betekenis van ‘stokbrood’ voor het eerst aangetroffen in 1976

Vertalingen

Engelsbaguette
Fransbaguette
Spaansbaguette