bakeliet
onzijdig (het)/bakə'lit/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (scheikunde) allereerste volledig synthetische (harde) kunststof, fenolhars
Etymologie
*(eponiem): afgeleid van de Belgisch-Amerikaanse uitvinder en scheikundige , in de betekenis van ‘harde kunsthars’ voor het eerst aangetroffen in 1909
Vertalingen
Engelsbakelite
Fransbakélite
DuitsBakelit
Spaansbaquelita, bakelita
Zweedsbakelit
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek