bakfiets

mannelijk/vrouwelijk (de)/'bɑkfits/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een driewielige fiets die voorzien is van een laadbak
    Mijn bakfiets is gisteren gestolen.

Vertalingen

Engelscargo bike
Franstriporteur
DuitsLieferfahrrad
Spaanstricar, triciclo de reparto
Italiaanstriciclo
Portugeestriciclo
RussischГрузовые велосипед
Zweedspaketcykel