bakfiets
mannelijk/vrouwelijk (de)/'bɑkfits/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een driewielige fiets die voorzien is van een laadbakMijn bakfiets is gisteren gestolen.
Vertalingen
Engelscargo bike
Franstriporteur
DuitsLieferfahrrad
Spaanstricar, triciclo de reparto
Italiaanstriciclo
Portugeestriciclo
RussischГрузовые велосипед
Zweedspaketcykel
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek