woorden
boek
Start
›
B
›
bakgoot
bakgoot
mannelijk/vrouwelijk (de)
/ˈbɑkxot/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
geul met een platte bodem en twee rechtopstaande wanden waardoor een vloeistof kan wegvloeien
Bron:
OpenTaal
&
WikiWoordenboek
← bakfietsje
bakhuis →