Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

bakkerskraam

mannelijk/vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. marktkraam waar men brood en banket verkoopt
    Het personeel van de winkel wist de man in eerste instantie vast te houden, maar de man wist zich toch aan zijn bewakers te onttrekken en vluchtte naar buiten via een bakkerskraam die voor de winkel stond. De eigenaar van de kraam dacht dat de man hem had bestolen, zette de achtervolging in en wist de man staande te houden.
    Het slachtoffer had bij een bakkerskraam koeken gekocht voor een docent van school toen de jongens haar lastig vielen. Zij wilden een koek die zij hen niet gaf.
    De 46-jarige stond in het weekend met zijn vrouw en zoontje aan een bakkerskraam, waar drie mannen van 20, 33 en 43 jaar oud pamfletten van de NPD uitdeelden.