bakvis

vrouwelijk (de)/ˈbɑkfɪs/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. scheldwoord (scheldwoord) spottende benaming voor een meisje of jonge vrouw in de puberteit of adolescentie wier gedrag nog niet van volwassenheid getuigt
    Juist die zorgeloosheid en de beschrijvingen van het dagelijks leven tijdens de Duitse bezetting maken dit dagboek boeiend. Op het eerste gezicht sleurt het je het Joop ter Heul-achtige bestaan binnen van een intellectuele bakvis, die met haar hartsvriendin Greetje onafgebroken wedijvert om de geheimzinnige, maar saaie Eldert. Maar het laat ook zien hoe leraren en leerlingen van een hoofdstedelijk gymnasium zich door de Duitse bezetter laten misleiden tot er geen uitweg meer mogelijk is.[https://nrcwebwinkel.nl/lenteloos-voorjaar Lenteloos voorjaar] Michel Krielaars, NRC 17 november 2016
  2. onderwijs (onderwijs) onrijpe, groene student
  3. visserij (visserij) een vis om te bakken (een te kleine vis die door vissers niet wordt teruggegooid, maar ook niet wordt verkocht; de vissers eten deze visjes zelf op)

Etymologie

* Leenwoord uit Duits "Backfisch", in de betekenis van ‘meisje tussen 14 en 17 jaar’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1875

Vertalingen

Engelsflapper
Fransmidinette
DuitsBackfisch