balanceren
/xxxx/
Betekenis
werkwoord
- (inerg) evenwicht behouden om er niet vanaf te vallenDe koorddanser balanceerde op een tien meter hoog koord.De ober balanceerde een zilveren dienblad op de vingertoppen van zijn gehandschoende hand.Ik wreef mijn klamme handen droog aan mijn korte broek en stak mijn armen en wandelstokken wijd uit om als een trapezeartiest naar de overkant te balanceren, mijn blik geconcentreerd op de overkant.
- (ov) (techniek) uitbalanceren
Etymologie
*Van het Engelse balance of het Franse balancer () [https://fr.wiktionary.org/wiki/balancerFrançais Wiktionnaire]
Vertalingen
Engelsbalance
Franséquilibrer
Duitsbalancieren
Spaansbalancear
Poolsbalansować
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek