balans

mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/

Wat is de betekenis van balans?

balans betekent: evenwicht.

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. evenwicht.
  2. een meetapparaat met twee armen (bedoeld om het verschil te kunnen meten)
  3. economie (economie) een volledige opsomming van de waarde van alle bezit en alle tegoeden en schulden meestal aan het einde van een boekjaar

Voorbeelden van "balans" in een zin

  • De docente moest duidelijk nog haar balans vinden tussen zorgvuldig werken en veel te lang werken.
  • Door een verstoorde balans tussen de grootmachten is de kans op een oorlog toegenomen.
  • ‘Ik ben gelukkig vast in dienst. Voor mijn baas is deze situatie uiterst vervelend. Veel bedrijven moeten nu een balans gaan zoeken tussen geld blijven verdienen en de veiligheid. Vandaag gaan we ook bekijken hoe we het vanaf volgende week gaan doen met het werk.’
  • Met een balans kun je wegen hoe zwaar iets is, aan de ene kant leg je het te wegen voorwerp, aan de andere kant doe je gewichten met een bekend gewicht.
  • Op het eind van het jaar proberen winkeliers de winkel zo leeg mogelijk te hebben dan is het opmaken van de balans eenvoudiger.

Betekenis en uitleg van balans

Balans verwijst naar een staat van evenwicht of stabiliteit, waar verschillende elementen elkaar aanvullen of compenseren. Het kan zowel fysiek als emotioneel zijn, zoals het behouden van een rechte houding of het vinden van innerlijke rust.

Het woord 'balans' wordt vaak gebruikt in situaties waar harmonie of gelijkwaardigheid gewenst is. Bijvoorbeeld in de context van werk en privéleven, waar het belangrijk is om niet te veel in één richting te leunen. Ook in financiële termen komt het vaak voor, zoals het balanceren van inkomsten en uitgaven, wat duidt op een gezonde financiële situatie.

Voorbeelden

  • Na een drukke werkweek is het belangrijk om een goede balans tussen werk en ontspanning te vinden.
  • De acrobaat stond op de rand van de balk, perfect in balans, terwijl hij zich voorbereidde op zijn sprongetje.
  • In een relatie is communicatie essentieel om de emotionele balans te behouden.

Woordoorsprong

Het woord 'balans' is afkomstig van het Latijnse 'bilanx', wat 'twee schalen' betekent, en verwijst naar het idee van een weegschaal die in evenwicht is.

Veelgestelde vragen over balans

Wat is de betekenis van balans?

balans betekent: evenwicht.

Hoeveel betekenissen heeft balans?

balans heeft 3 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.

Welk woordgeslacht heeft balans?

balans is een mannelijk/vrouwelijk (de).

Wat zijn synoniemen van balans?

Synoniemen van balans zijn: weegschaal.

Hoe gebruik je balans in een zin?

Voorbeeld: “De docente moest duidelijk nog haar balans vinden tussen zorgvuldig werken en veel te lang werken.

Etymologie

* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘evenwicht’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1806

Uitdrukkingen

  • Uit balans zijn. Uit de normale ritme van handelen.
  • De balans opmaken. Achteraf kijken hoe alles is voltrokken.

Vertalingen

Engelsbalance, balance, balance
Franséquilibre, balance
DuitsBalance, Gleichgewicht, Waage
Spaansbalanza, báscula
Italiaansequilibrio, bilancia, bilancio
Russischвесы
Japans均衡, バランス, 秤
Arabischميزان, رصيد
Turksterazi, kantar
Poolsrównowaga, waga
Zweedsbalans, jämvikt, jämviktsläge