Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.
balkonpaal
mannelijk (de)/bΙlΛkΙmpal/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (bouwkunde) staander ter ondersteuning van een open deel van een gebouw dat uit de gevel naar voren steektMaandag verder met het balkon. De vierde balkonpaal is nu ook af en nu kunnen de tussenstukken gemaakt worden.
- (verkeer) verticale steun in een ruimte met staanplaatsen bij de deuren van een voertuig voor openbaar vervoer"Ik kijk of iedereen zijn Oyster-kaart aantikt," zegt hij, "en of mensen niet instappen als de bus rijdt en aan de balkonpaal gaan hangen."
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek