Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

balkonpaal

mannelijk (de)/bΙ‘lˈkΙ”mpal/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. bouwkunde (bouwkunde) staander ter ondersteuning van een open deel van een gebouw dat uit de gevel naar voren steekt
    Maandag verder met het balkon. De vierde balkonpaal is nu ook af en nu kunnen de tussenstukken gemaakt worden.
  2. verkeer (verkeer) verticale steun in een ruimte met staanplaatsen bij de deuren van een voertuig voor openbaar vervoer
    "Ik kijk of iedereen zijn Oyster-kaart aantikt," zegt hij, "en of mensen niet instappen als de bus rijdt en aan de balkonpaal gaan hangen."