balustrade

vrouwelijk (de)/bɑlys'tradə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. bouwkunde (bouwkunde) een laag hekwerk dat een min of verheven standplaats omsluit
    De balustrade viel uit elkaar, wat zeer grote gevolgen zou kunnen hebben.
    Een paar verkopers hingen ongeïnteresseerd over de balustrade.
    Toen Gottfrid op zaterdag middag met zijn twee assistenten aankwam om wat extra werk te doen, zo als hij zei, had hij de versiering van de balustrade van het speelhuisje als voorwendsel gebruikt, aangebeld bij het grote huis en gezegd dat er een smaakkwestie was die hij met de ingenieur moest bespreken.

Etymologie

*Via allerlei tussenvormen van het Oudgriekse βαλαύστιον.

Vertalingen

DuitsBalustrade
Spaansbalaustrada
Poolsbalaustrada