woorden
boek
Start
›
B
›
balvaardigheid
balvaardigheid
vrouwelijk (de)
/bɑl'vardəxhɛɪt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
de technische vaardigheid waarmee een voetballer met de bal om kan gaan
Etymologie
*Afgeleid van balvaardig
Verwante woorden
balvaardig
balvaardige
balvanger
balvangertje
balvast
balverliefd
balverliefde
balverlies
balverliezen
Balvers
Balvert
balvirtuoos
Bron:
OpenTaal
&
WikiWoordenboek
← balvaardige
balvanger →