bami
mannelijk (de)/'bami/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (voeding) Oost-Aziatische noedels op basis van tarweIn Nederland wordt met bami ook vaak bami goreng bedoeld.
Etymologie
* Leenwoord uit het Chinees of Maleis, in de betekenis van ‘Chinees gerecht’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1897
Vertalingen
Spaansfideos cintas, tallarines
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek