bandenlichter
mannelijk (de)/ˈbɑndə(n)lɪxtər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (gereedschap) een stuk gereedschap geschikt om een buitenband van de velg te lichtenZonder bandenlichters - vaak "lepels" genoemd - kreeg hij de band van de velg en er weer op. Het bleek de formule tot succes, want uiteindelijk klokte hij af in 43"41.
Vertalingen
Engelstyre lever, tire iron
Fransdémonte-pneu
DuitsReifenheber, Montiereisen
Zweedsdäckavtagare
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek