Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.
bandwilg
mannelijk (de)/plaatshouder taxonomie/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (bloemplanten) een plant, die behoort tot de wilgenfamilie (). De oorspronkelijk uit Japan afkomstige struik is in Nederland aangeplant en in het wild opgegroeid uit op de grond liggende takken
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek