bantoeïstiek
vrouwelijk (de)/ˌbɑntuwɪsˈtik/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (taalkunde) studie van de Bantoetalen, de taalfamilie waar de meest gesproken talen in de zuidelijke helft van Afrika toe behorenPromotor was dr. A. E. Meeussen, buitengewoon hoogleraar in de bantoeïstiek.
Etymologie
*van "bantuistique", op te vatten als afgeleid van "bantoeïst"
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek