bar
mannelijk/vrouwelijk (de)/bɑːr/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (horeca) (bouwkunde) plaats waar de gasten drank kunnen bestellen en nuttigen aan één kant van een langgerekte hoge toonbank, met bediening vanaf de andere kantEen paar dagen later kwam ik Goldie, Pogue en de rest weer tegen aan de bar in het bergdorpje Wrightwood.Volle eettafels, barretjes waarop talloze glazen stonden, de lachende gezichten van Max en Dennis. . . Geschrokken knipperde ze met haar ogen.
- (horeca) (bedrijf) gelegenheid waar men drank kan bestellen en nuttigenOp 22 juli 1988 moeten we elkaar weer ontmoeten in deze bar.
zelfstandig naamwoord
- (natuurkunde), (techniek) eenheid van druk, circa 1 atmosfeer (symbool: bar)Eén bar is gelijk aan 100 kilopascal (100kPa.)Begin volgend jaar gaat de bouw van opslagruimte voor in totaal 37 megaton CO2 van start. Die capaciteit is berekend op basis van de druk die in het gasveld opgebouwd kan worden. Voor de gaswinning was de druk daar 350 bar. Door verdwijnen van het gas is dat nu nog minder dan 20 bar; het idee is CO2 toe te voegen tot de druk 300 bar is.
zelfstandig naamwoord
- mannelijk kind (in onderstaande verbindingen)
Etymologie
* [D] (erfwoord), via Middelnederlands """ van Oudnederlands """, in de betekenis van ‘naakt’ voor het eerst aangetroffen in 820
Uitdrukkingen
- bar gezellig
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek