barbaar
mannelijk (de)/bɑr'bar/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een persoon zonder besef van waarden, smaak en/of gevoelWat ben je toch een barbaar!
- een persoon die wreed van aard is, een wreedaardPas op voor die barbaar daar!Rondom Albert hield iedereen even de adem in. Toen barstte het geschreeuw los. De smeerlappen. Die moffen zijn nog geen steek veranderd, wat een smerig tuig! Barbaren, enz. En dan ook nog een jonge en een oude man! {{Aut|Lemaitre, Pierre
Etymologie
* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘onbeschaafd persoon’ voor het eerst aangetroffen in 1348
Vertalingen
Engelsbarbarian
Fransbarbare
Spaansbárbaro
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek