Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

barbierster

vrouwelijk (de)/bΙ‘rˈbirstΙ™r/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. verouderd, beroep (verouderd) (beroep) vrouwelijke kapper
    Grietje Luesken zeepte haar klanten nog met de vingers in, en er kwam geen friction, geen poeder, geen vinaigre of dergelijke over haar kraakzindelijken drempel. Ik wil ter harer gedachtenis vandaag een mededeeling doen, (…) omtrent een barbierster ter hoogte van Turnhout, welke juist voor den oorlog ter ziele ging schrijft het Hbl.

Etymologie

*afgeleid van barbier