barricade
vrouwelijk (de)/bɑri'kadə/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- straatversperring die de doorgang door een straat onmogelijk maaktDe oproerlingen richtten veel barricades op om de politietroepen tegen te houden.
- op de barricade gaan: protesterenHij klom voor ieder onrecht op de barricade.
Etymologie
* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘straatversperring’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1669
Vertalingen
Engelsbarricade
DuitsBarrikade
Spaansbarricada
Italiaansbarricata
Poolsbarykada
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek