barricade

vrouwelijk (de)/bɑri'kadə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. straatversperring die de doorgang door een straat onmogelijk maakt
    De oproerlingen richtten veel barricades op om de politietroepen tegen te houden.
  2. op de barricade gaan: protesteren
    Hij klom voor ieder onrecht op de barricade.

Etymologie

* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘straatversperring’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1669

Vertalingen

Engelsbarricade
DuitsBarrikade
Spaansbarricada
Italiaansbarricata
Poolsbarykada