basdrum

mannelijk (de)/'bɑzdrʏm/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. grote trommel met een lage toon die men gebruikt voor het aangeven van het ritme
    Op de eerste plaats qua geluid: „Akoestisch merk je meteen dat hij gemaakt is voor muziek. Als je hard spreekt in de zaal lopen je oren niet vol weerkaatsing. In de doorsnee zaal van deze grootte hoor je een basdrum een keer of drie. En wat me ook opviel is dat de zaal ondanks de enorme omvang tóch compact aanvoelt. Zelfs op de hoogste plekken zit je nog dichtbij lijkt het wel. Heel knap gedaan dus. Het maakt van Ziggo Dome een fantastische aanwinst in mijn optiek.” De Telegraaf BART WIJLAARS 15 jun. 2012 [https://www.telegraaf.nl/vrij/1234646/kijken-of-alles-werkt ’Kijken of alles werkt’]
    Sensation is begonnen als dancefeest pur sang, maar heeft zich ontwikkeld tot de ’Toppers van de dance’. Bij alle artiesten is het inhaken en meedeinen geblazen. David Guetta gaat hier het verst in. Iedere track die hij draait is een bewerking van een grote radiohit. Justin Timberlake, Bob Marley en Black Eyed Peas: allemaal komen ze langs in de twee uur durende hitshow van de Fransman. Deze hits wisselt hij af met stukken waarin een moordende basdrum en schreeuwerige synthesizers domineren. De Telegraaf MARTIN VAN DE VELDE 04 jul. 2016 [https://www.telegraaf.nl/vrij/398594/sensation-spektakelstuk Sensation spektakelstuk]

Vertalingen

Engelsbass drums