basilisk
mannelijk (de)/bazi'lɪsk/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (mythologie) fabeldier, slangdraak, volgens het bijgeloof zo giftig dat zelfs zijn blik iemand doden kan
- (reptielen) een geslacht van (boom)hagedissen uit de familie Corytophanidae voorkomend in Zuid-Amerika en Azië
Etymologie
* Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘fabeldier’ voor het eerst aangetroffen in 1240
Vertalingen
DuitsBasilisk
Spaansbasilisco
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek