basilisk

mannelijk (de)/bazi'lɪsk/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. mythologie (mythologie) fabeldier, slangdraak, volgens het bijgeloof zo giftig dat zelfs zijn blik iemand doden kan
  2. reptielen (reptielen) een geslacht van (boom)hagedissen uit de familie Corytophanidae voorkomend in Zuid-Amerika en Azië

Etymologie

* Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘fabeldier’ voor het eerst aangetroffen in 1240

Vertalingen

DuitsBasilisk
Spaansbasilisco