Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

basisproductiviteit

vrouwelijk (de)/ˈbasɪsˌprodʏkˌtiviˌtɛit/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. economie (economie) hoeveelheid resultaat die per hoeveelheid productiemiddel ontstaat zonder speciale maatregelen om haar te verhogen of verstoringen die haar verlagen
    Op deze wijze wordt de basisproductiviteit inzichtelijk die bereikt is zonder dat verstoring optrad.