basisvaardigheid

vrouwelijk (de)/'bazɪsfardəxhɛɪt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een algemene competentie waarop men kan voortbouwen voor meer complexe en specialistische vaardigheden
    Typen is een basisvaardigheid voor veel kantoorberoepen.
    Metselen is een basisvaardigheid voor een bouwvakker.