basisvaardigheid
vrouwelijk (de)/'bazɪsfardəxhɛɪt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een algemene competentie waarop men kan voortbouwen voor meer complexe en specialistische vaardighedenTypen is een basisvaardigheid voor veel kantoorberoepen.Metselen is een basisvaardigheid voor een bouwvakker.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek