basketbal

onzijdig (het)/ˈbɑskədˌbɑl/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. basketbal (basketbal) sport gespeeld door twee teams van vijf spelers die punten scoren door een bal in de korf van de tegenstander te gooien

Etymologie

*van "basketball", op te vatten als , in de betekenis van ‘spel waarbij bal door ring met net wordt gegooid’ aangetroffen vanaf 1924

Vertalingen

Engelsbasketball, basketball
Fransbasket-ball, basketball
Duitsbasketbal, Basketball, Basketball
Spaansbaloncesto, basquetbol, básquetbol
Italiaanspallacanestro, basket, pallone da pallacanestro
Portugeesbasquete, basquetebol
Russischбаскетбол
Chinees篮球
Poolskoszykówka
Zweedsbasketboll, basketboll