basketter

mannelijk (de)/ˈbɑskətər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. iemand die basketbal speelt
    CNN-journaliste Betsy Klein postte updates van de gasten bij hun aankomst: Tom Hanks en zijn vrouw Rita Wilson, model Chrissy Teigen met haar man: muzikant John Legend, tv-presentator David Letterman en Meryl Streep. Ook basketter Magic Johnson, filmproducent Harvey Weinstein en ook een deel van het team achter 'Saturday Night Live': het komische sketchprogramma dat de laatste maanden voortdurend de draak steekt met Donald Trump.
    De foto leidde tot wereldwijde kritiek. Kledingketen Hennes & Mauritz moest zijn filialen in Zuid-Afrika tijdelijk sluiten nadat meerdere filialen overhoop waren gehaald door boze demonstranten. NBA-basketter LeBron James en rapper Diddy reageerden ontzet op de in hun ogen racistische foto. Rappers The Weeknd en G-Eazy stopten zelfs hun samenwerking met H&M.

Etymologie

*afgeleid van het eerste deel van "basketbal"