baskuul

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈbɑskyl/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een weegschaal gebaseerd op een hefboom
    Met middeleeuws handgeklap veranderen de dieren van eigenaar, er wordt nog in frank gerekend en de koeien worden gewogen in honderd jaar oude baskulen. 'Maar hier worden geen dieren meer mishandeld.'

Etymologie

* afleiding van bascule