bazooka
mannelijk (de)/baˈzuka/
Wat is de betekenis van bazooka?
bazooka betekent: buisvormige raketwerper dienend als anti-tankwapen
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- buisvormige raketwerper dienend als anti-tankwapen
Voorbeelden van "bazooka" in een zin
- De drie mannen met de grootste camera’s, denk: maatje bazooka, hebben vandaag géén trapje bij zich. „Geen plek in de auto”, zegt Jeroen van Veenendaal (31) uit Veenendaal. „Wij hadden onze Taiwanese vriend mee.” NRC Thomas Rueb 24 mei 2016
Veelgestelde vragen over bazooka
Wat is de betekenis van bazooka?
bazooka betekent: buisvormige raketwerper dienend als anti-tankwapen
Welk woordgeslacht heeft bazooka?
bazooka is een mannelijk (de).
Hoe gebruik je bazooka in een zin?
Voorbeeld: “De drie mannen met de grootste camera’s, denk: maatje bazooka, hebben vandaag géén trapje bij zich. „Geen plek in de auto”, zegt Jeroen van Veenendaal (31) uit Veenendaal. „Wij hadden onze Taiwanese vriend mee.” NRC Thomas Rueb 24 mei 2016”
Etymologie
* genoemd naar een tromboneachtig muziekinstrument van Bob Burns
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek