beëdiging

vrouwelijk (de)/bəˈʔedəˌɣɪŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. de bekrachtiging van een functie door de afname van een eed/gelofte.
    De beëdiging van de nieuwe koning wordt gevolgd door de inhuldiging.

Etymologie

* van beëdigen