beamer
mannelijk (de)/'bi:mər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- projector voor elektronische beelden van computer, dvd, televisie enz.In alle klaslokalen van de school zijn digiborden met beamers aanwezig.
zelfstandig naamwoord
- instemmer, bevestiger
Etymologie
*[B] Afgeleid van het werkwoord "beamen" “instemmen” .
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek