bebouwen

/xxxx/

Betekenis

werkwoord
  1. ov, bouwkunde (ov), (bouwkunde) (v. open ruimte) vullen met gebouwen
  2. ov, landbouw (ov), (landbouw) landbouwgrond met gewassen beplanten
    Ze wilden dat stuk landbouwgrond bebouwen, maar er was geen vergunning.
    Het gedeelte dat bebouwd was leverde een mooie oogst op.

Etymologie

*Afgeleid van bouwen

Vertalingen

Engelsbuild, cultivate
Fransbâtir, urbaniser, cultiver
Duitsbebauen, kultivieren
Spaansedificar, cubrir de construcciones, urbanizar